Made Here, kleding maken in eigen land

Bijgewerkt: 20 dec 2018


Als er één industrie is die het bar en boos maakt voor zowel voor mens als milieu, dan is het die van de fast fashion. Veel bedrijven komen met 52(!) collecties per jaar en wat niet verkocht wordt (alleen in Nederland al meer dan 20 miljoen kledingstukken), gaat veelal de verbrandingsoven in. Naaiatelier Made Here in Amsterdam wil graag laten zien dat het anders kan. Om te beginnen door een begin te maken met kledingproductie in eigen land in plaats van in verre, lage lonen landen. Ook willen ze laten zien dat je ook met gerecyclede stoffen en restcollecties nog prachtige kleding kan maken. Ik nam een kijkje in het atelier.


Waar is hier?

Het is maandagochtend, tien uur. Ik sta op de eerste verdieping van een groot pand bij de Oudemanhuispoort, een gebouwencomplex van de Universiteit van Amsterdam midden in de stad. Ik ben op zoek naar atelier Made Here, maar waar ‘hier’ is, is mij niet helemaal duidelijk. Nergens hangen bordjes of bewegwijzering. Nadat ik een aantal trappen op- en af gelopen ben en een dame onverhoopt de weg gevraagd heb, bel ik Ytha Kempkes, de initiator van de onderneming. Want waar moet ik zijn? Ytha zegt me op te komen halen. Even later stapt ze de lift uit. Hoewel de van huis uit econoom niet behoort tot de creatieve tak van het bedrijf, maar zich voornamelijk bezig houdt met het zakelijke gedeelte, ziet ze er met haar lange, goudkleurige, fluwelen vest toch behoorlijk artistiek uit . ‘We zijn niet makkelijk te vinden,’ lacht ze vriendelijk. ‘Omdat het anti-kraak is, mogen we geen bordjes ophangen. We zijn ook op zoek naar een andere locatie. Waar we nu zitten wordt het een beetje te klein.’


Najib van Made Here

Kleermakers uit Syrië en Irak

Als we op de derde etage het naaiatelier binnen stappen, heeft het qua grootte inderdaad weinig weg van een balzaal. De ruimte die waarschijnlijk ooit dienst deed als universiteitskantoor is nu gevuld met industriële naaimachines, kniptafels en kleurige klossen garen in plaats van met computers, boeken en multomappen. Achterin bij het raam zit Najib, een van de leden van de coöperatie (een collectief van eigenaren). In Syrië was hij baas van een kledingfabriek voor dameskleding. Hij had vierendertig mensen in dienst toen hij moest vluchten voor de oorlog. Eenmaal in Nederland wilde hij graag aan de slag als kleermaker, maar werk vinden was lastig omdat hij geen diploma’s heeft. Ytha, die destijds werkte als manager bij Refugee Company en Najib daar ontmoette wilde graag dat mensen als hij makkelijker een baan konden vinden. Omdat ze tevens van mening was dat er in verband met de CO2-uitstoot meer kleding geproduceerd moest worden in eigen land, bedacht ze een oplossing. Ze wilde een atelier starten waar duurzaamheid en lokale productie bovenaan zouden staan en vluchtelingen aan het roer. Zo gezegd, zo gedaan. Naast Ytha en Najib voegden ook Ibrahim en Maytham zich bij de onderneming en sinds mei van dit jaar is Made Here up and running.


Creatief met restcollecties en zijden sjaals

Waarin onderscheidt Made Here zich van een standaard kleermakersbedrijf? Net als bij een gewone tailleur kan je hier een jurk laten innemen of een jasje op maat laten maken. Wat Made Here anders maakt, is dat je er ook als kledingmerk terecht kan voor het laten maken van samples en kleine producties. Of als je iets moois wil laten creëeren van gerecyclede stof, vintage stukken of restcollecties. Maar iets moois laten maken van een restcollectie, wat moet ik mij daar bij voorstellen? Ytha wijst op een stapel sweaters van het label The Driftwood Tales. ‘Deze herentruien worden vermaakt tot damessweaters. Dit doen we onder andere door de mouwen en boorden kleiner te maken, maar we hebben ook wel eens een heren- tot een vrouwentrui gemaakt door er een pofmouwtje aan te zetten.’ Upcyclen, oftewel van een bestaand product iets maken wat nóg mooier is, doen ze onder andere voor het merk Silvester Collections. Van zijden sjaals worden prachtige kimono’s gemaakt. Dit is voornamelijk het ding van Maytham die al in Irak bestaande jurken tot avondjurken omtoverde. Ytha: ‘als het gaat over het aanpassen van restcollecties moeten merken de afweging maken: laten we het aanpassen in de hoop dat het alsnog verkoopt of nemen we ons verlies en gooien we het alsnog weg?'


Genaaid

Wie het NPO programma Genaaid volgt, heeft intussen gezien waarom het duurzaam produceren van kleding niet zomaar een gril, maar pure noodzaak is. Los van het feit dat mensen in lage lonen landen als Myanmar zwaar en ongezond werk doen voor bedragen als drie euro per dag, is de industrie ook bijzonder vervuilend. Daarnaast wordt er heel veel water onttrokken aan toch al zeer droge gebieden doordat er voor het maken van één shirtje en spijkerbroek respectievelijk 2500 en 8000 liter water nodig is. Ytha vindt het onbegrijpelijk dat de mode-studenten in het programma niet op de hoogte waren van dit soort feiten. ‘Dit komt op de opleiding blijkbaar totaal niet aan bod.’ Ook zegt ze het raar te vinden dat er bij de Amsterdam Fashion Week zo weinig aandacht is voor duurzame mode. ‘Deze week moet ik een praatje houden bij Modint (business netwerk voor o.a. mode- en textielbranche) over de toekomst van produceren in Nederland. Het probleem is dat wanneer je kijkt naar de drie P’s: planet, people en profit dat mensen sowieso de profit erg belangrijk vinden. De in duurzaamheid geïnteresseerde mensen zien de planet als prioriteit, maar al met al heb ik het gevoel dat de aandacht voor people achter blijft. Iedereen zegt al snel dat de makers een minimumloon krijgen, maar in veel landen is dat geen leefbaar loon. In Nederland ligt het minimum loon een stuk hoger dan in veel omringende landen. Dat maakt het lastig om mensen over de streep te trekken om kleding in Nederland te laten maken. We moeten weer waardering voor het ambacht van kleermaker krijgen om dit te willen betalen.'


Een plek waar je gewoon kunt binnenlopen met je te vermaken jasje

Zoals Ytha in het begin van het gesprek al duidelijk maakte, zijn ze op zoek naar een nieuwe ruimte. Dat klinkt in elk geval alsof het goed gaat met de zaak. ‘We hebben aardig wat opdrachtgevers. Zij werken veelal met pre-orders (kledingstukken die al besteld zijn door de consument), waardoor de labels geen voorraden aanleggen. In hun zoektocht naar een nieuw atelier merken ze dat een coöperatie veel overleg vergt. ‘We hebben iets op het oog, maar een van ons is niet zo enthousiast. Dat lijkt dan even lastig, maar daar gaan we zeker uitkomen.’ Mensen zeggen wel eens: maak er gewoon een bv van of een stichting, maar een coöperatie zorgt juist voor gelijkwaardigheid en dat is zo belangrijk in de mode-industrie. En alle drie de heren waren voorheen al ondernemer.’ Maar goed: een nieuwe ruimte is wel een belangrijke, volgende stap voor Made Here. ‘We willen graag een plek waar mensen, ook particulieren gewoon binnen kunnen lopen van ‘hé, ik wil dit jasje graag laten vermaken’. Meer waardering voor het vakmanschap dus én voor je eigen kleding. Made Here heeft in mijn optiek een mooi begin gemaakt!


Lees ook:

- Met acht kringloopgekken in een busje de winkels af

- Duurzaam de was doen, 9 tips

- Ciza maakt rugzakjes van kapotte paraplu's