Een avondje vrijwilligerswerk bij daklozenopvang Het Stoelenproject

Bijgewerkt: 26 okt 2018

De nachten worden weer kouder en dus heeft daklozenopvang Het Stoelenproject zijn deuren sinds anderhalve maand weer geopend. De stichting werd bijna dertig jaar geleden opgezet door een groep mensen die het onverteerbaar vond dat de gemeente zo weinig voor de daklozen deed. Anno 2018 staan ze dankzij subsidies, donaties en hulp van vaste vrijwilligers nog steeds overeind en helpen ze mensen die nergens anders terecht kunnen. Ik meldde me aan als vrijwilliger voor één avond om eens te kijken hoe het er daar aan toe gaat.


The Homeless Experience

Ik hoorde van Het Stoelenproject voor het eerst zo’n twee jaar geleden. In The Homeless Experience, het tv-programma waarin een bekende Nederlander drie weken op straat leeft, sliep acteur Dragan Bakema namelijk een nacht bij deze daklozenopvang onder de parkeergarage in de Marnixstraat. Omdat deze plek op nog geen honderd meter van mijn huis staat, raakte ik geïntrigeerd: waarom had ik dit gebouw nog nooit eerder gezien? Of beter: deze barak? Hoe zag het er precies uit? Hoe ging het er daar binnen aan toe? Toen ik eind mei besloot te gaan bloggen over duurzaam en sociaal betrokken leven, wist ik al snel: over deze plek ga ik schrijven! Omdat de opvang van 31 april tot en met 14 september gesloten was, moest ik helaas eventjes wachten om mij op te geven als vrijwilliger. Nadat de deuren weer geopend waren, meldde ik mij aan voor versterking van de avondploeg. Deze was er niet alleen om te helpen bij het avondeten, maar ook om te zorgen voor een rustig verloop van de avond. Gisteravond was het zover.


Het meubilair

Om iets voor half zes bel ik aan bij het gebouw onder het Q-park. Zo in de avondzon springt de wit met rood gestreepte gevel goed in het oog, in tegenstelling tot overdag wanneer hij overschaduwd door de parkeergarage nauwelijks opvalt. De deur wordt geopend door Annemieke (roepnaam Annemiek), een kleine, maar kordate dame die al meer dan vijfentwintig jaar verbonden is aan Het Stoelenproject en dus tot het (onvermijdelijke woordgrap) meubilair van de stichting behoort. Terwijl ze een kop koffie voor me inschenkt, wijst ze naar de grote foto achter de bar: ‘ik heb zelfs mijn man hier leren kennen. Hij werkte ook als vrijwilliger. Helaas is hij begin dit jaar overleden.’ Ondanks haar verdriet blijft Annemieke zich onverminderd inzetten voor de mensen die om wat voor reden dan ook op straat leven, want hier op de Marnixstraat is werkelijk iedereen welkom. Er wordt hier niet gevraagd naar een verblijfsvergunning of een identiteitsbewijs. Alleen naar een naam. En een bonnetje.


Bonnetjes

Met dit bonnetje heeft men niet alleen recht op een gratis overnachting, maar ook op een maaltijd, ontbijt en onbeperkt koffie en thee. Wie een bonnetje wil bemachtigen moet zich óf maandag óf donderdag tussen acht uur en kwart over negen ’s ochtends melden voor de deur van het gebouw. Op maandag worden bonnetjes verstrekt voor overnachtingen van maandag tot en met woensdag. Op donderdag voor de overige dagen. Per nacht is er plek voor vijftig personen, dus wie slim is, staat om acht uur paraat. Heeft men een bonnetje kunnen scoren, dan is men welkom vanaf zes uur ’s avonds. Dames een half uurtje eerder, zodat ze zich dan nog ongestoord kunnen opfrissen bij de toiletten. Terwijl ik achter de bar mijn koffie opdrink, komen er al twee dames binnen. Ik schat ze allebei half de dertig. Eentje loopt op de bar af, zegt vriendelijk gedag en schenkt een kop koffie in. Ik twijfel: is ze vrijwilliger of dakloos? Op het moment dat ik haar aan wil spreken, vallen er twee heren binnen Henk en Sam. Mijn collega’s van vanavond.


Kip met sperziebonen van de Rotary

Terwijl Henk, een gepensioneerde leraar en Sam -zoals ik vermoed- een eind dertiger meteen aan de slag gaan met het overhevelen van enorme pannen met eten in de warmhoudbak, loop ik naar de keuken alwaar de kookploeg de boel opruimt en voor zichzelf een lekker bordje opschept. Twee dames van het vijftal, een kleine delegatie van de Rotary Club, vertellen enthousiast wat de gasten van vanavond voorgeschoteld krijgen. Vooraf tomatensoep, als hoofdgerecht sperzieboontjes met kip, rijst en pindasaus en als toetje appeltjes uit de oven met kaneel, vanillevla en slagroom. Een heerlijk driegangenmenu waarvan ze de ingrediënten niet alleen zelf met smaak hebben bereid maar ook -zoals gebruikelijk- van eigen geld hebben ingekocht. Het streven is om alles voor zo’n honderd euro in the pocket te hebben. Ondertussen hebben de eerste gasten zich gemeld. Het opscheppen kan beginnen!


Engelse drop

Nadat ik van de eerste man in de rij zijn bonnetje heb aangenomen, sta ik onwennig met een opscheplepel boven de warmhoudbak. Hoeveel mag er van alles op het bord? Wanneer ik een flink stuk kip uit de bak omhoog vis, wijst Sam me er vriendelijk op dat we moeten zorgen dat er voor alle mensen genoeg is. Hij legt uit dat ze tot negen uur binnen mogen komen en eten kunnen krijgen. Als er na die tijd nog eten over is, mogen de mensen zich melden voor een tweede ronde. ‘Zo, dát ziet er lekker uit!’ zegt een man enthousiast als ik hem zijn bord aangeef. Ik wens hem een smakelijke maaltijd. ‘Nou, dat zal wel lukken!’ oppert hij en neemt plaats aan een tafel vlakbij de bar. Ondertussen vult de ruimte zich met steeds meer mensen. Een timide man met een zachte blik in zijn opvallend blauwe ogen staat aan de andere kant van de bar met een zak Engelse drop. ‘Mevrouw, heeft u misschien een bord?’ Ik geef hem een bord, waarop de man de zak drop leeggiet. ‘Zo,.. een gezonde maaltijd?’ vraag ik. De man lacht en ik ga weer verder met mijn werkzaamheden. Als ik me even later weer omdraai naar de plek waar de man stond, zie ik alleen nog het bord met drop op de bar. Een stoere vent loopt voorbij en gooit er eentje in zijn mond.


Een schop onder jullie kont!

Als de drukte aan de bar even voorbij is, neem ik even een kop thee en doe ik samen met Sam en Henk een afwas. ‘Het was echt héérlijk!’ zucht de enthousiaste man als hij zijn bord leeg op de bar zet. Ik pak het bord en zet het in de spoelbak. Ik zeg Henk dat het me opvalt dat hier bijna geen dronken mannen of mensen met een psychiatrische aandoening lijken rond te lopen, terwijl ik dat wel had verwacht. Iedereen is zo kalm, rustig en beleefd. De sfeer zo relaxt. ‘Tsja, het het feit dat mensen hier maandag en donderdag vroeg voor de deur moeten gaan staan voor bonnetjes is iets wat niet elke dakloze kan handelen. Je moet er wel een bepaalde tegenwoordigheid van geest voor hebben.’ Sam vult aan dat de enige vier regels die ze hier hanteren ook streng gehandhaafd worden: geen agressie, geen discriminatie, geen alchohol en geen drugs. Of zoals Annemieke even later in twee talen door de zaal zal schreeuwen: ‘If I see you using drugs or alchohol, I’m personally gonna kick-your-ass!’


Hygiëne

Na negen uur staat een groep in de rij om zich voor een tweede keer te laten opscheppen. Anderen hebben hun matras al neergelegd. Toen het project bijna dertig jaar geleden van start ging, waren deze er nog niet en sliepen mensen bij gebrek aan matrassen op tegen elkaar aangezette stoelen. Op deze manier kwam het initiatief ook aan zijn naam. Dekens of slaapzakken zijn hier helaas niet aanwezig. Volgens de relaxte en sympathieke coördinator Sander heeft dit te maken met de enorme berg dagelijkse was dat dit zou opleveren: ‘ziektes worden onder deze groep mensen snel over gebracht. Vandaar dat ook elke dag de matrassen worden gereinigd.’ Wat hygiëne betreft: douchen is in het gebouw niet mogelijk. Wel kunnen de mensen een gratis bon krijgen voor een douchebeurt in het badhuis aan de Da Costakade, hier iets verderop. Tandenpoetsen en wat aanrommelen bij de wastafel in de toiletten is wel mogelijk. Diverse verzorgingsproducten zijn -indien ze op voorraad zijn- verkrijgbaar bij de bar.


Man in pak

Tussen negen en tien zitten mensen te lezen, te praten, tv te kijken of voor zich uit te staren. Sommigen liggen al te slapen of een filmpje te kijken op hun telefoon. Anderen maken zich klaar voor de nacht. Een donkere man met een keurig verzorgd sikje ontdoet zich van zijn kleurige stropdas en nette pak. Ik vraag Sam wat het verhaal is van deze man. Werkt hij ondanks zijn dakloosheid? Hij zegt het niet te weten. Sommigen werken bij stichting De Regenboog, bijvoorbeeld als fietsenmaker. ‘Ik werk ook,’ zegt Sam. Ik kijk hem vragend aan. ‘Ik ben ook dakloos. In vergelijking met de meesten van hier heb ik het goed. Gelukkig heb ik werk en kan ik bij andere mensen slapen, maar een woning zit er wegens omstandigheden voorlopig niet in.’ Deze openbaring brengt me een beetje van mijn stuk. Het blijkt overigens geen uitzondering te zijn dat de daklozen zelf ook meehelpen om het initiatief in goede banen te leiden, want even later stapt Mark binnen van de nachtploeg. Ook hij heeft geen huis. Het feit dat hij de ene keer vóór en de andere keer achter de bar staat, vind hij soms ingewikkeld. Om die reden is hij soms streng. Dit blijkt als een meisje komt vragen om een deken omdat ze haar tas deze avond ergens heeft moeten achterlaten. Hoewel er in de kast een deken ligt, mag ze hem niet gebruiken. ‘Dat kan ik niet maken, want dan wil de rest er ook een en die hebben we niet. We moeten één lijn trekken.’


Eenmaal op straat..

Iets voor tienen heeft Annemieke de jongens welterusten gewenst en even later, om tien uur precies gaan de lichten uit. Alleen de lampen achter de bar staan nog aan. Het wordt steeds stiller om ons heen. Ik vraag Henk hoe lang sommige mensen hier al komen. ‘Ach, sommigen jaren en jaren. Ik werk hier nog maar een aantal jaar, maar die man daar tegen de muur komt hier al heel lang. En die met dat rode vest ook.’ Bij het programma The Homeless Experience hoorde ik dat je moest zorgen dat je binnen twee weken van de straat af was, omdat het daarna erg moeilijk werd om weer terug te keren naar de maatschappij.’ Henk: ‘ja, dat is geloof ik wel zo. Het is voor die mensen erg moeilijk om weer een huiselijk bestaan te krijgen. Ook al krijgen ze weer een huis.’ De andere man van de nachtploeg is begonnen met boterhammen smeren. Morgen krijgen de mensen die als lunchpakket mee. Of ze mogen ze hier op eten met een kop koffie. Om acht uur wordt men dan vriendelijk gevraagd het pand weer te verlaten. Daar de nachtploeg al vroeger aanwezig was, mogen Henk en ik iets eerder, om tien voor elf vertrekken. Sam heeft zich een kwartier eerder al op een matras in de zaal gelegd. Langs de achterdeur verlaten we het pand.


Stil in mij

Stil wandel ik over de Marnixstraat richting mijn huis. Als ik de voordeur van mijn woning achter mij heb dichtgetrokken, ga ik eerst even zitten om alles op me in te laten werken. In mijn tien jaar bij de thuiszorg heb ik duizenden mensen ontmoet, die regelmatig de meest schrijnende verhalen te vertellen hadden, maar de indruk die deze groep mensen vanavond op mij heeft achtergelaten, moet ik echt even verwerken. Dat wat mij vanavond het meeste heeft geraakt, is dat iedereen (op een paar uitzonderingen na) zo normaal was. Geen rare dingen, geruzie, geroep of onvertogen woorden. Geen ongemakkelijk makende blikken naar mij toe, omdat ik daar als nieuwe en een van de weinige vrouwen rondliep. Nee, iedereen was rustig, netjes, beleefd, beschaafd en respectvol. Ook al leven ze op straat een bikkelhard en uitputtend leven en worden ze door de meeste voorbijgangers constant afgewimpeld of compleet gegeneerd. Als je ondanks dat gewoon mens weet te blijven, dan heb je de maatschappij een hoop te leren.



-Wil je graag net zoals ik helpen bij de avondploeg, nachtploeg of een keertje met een groep mensen voor de daklozen koken? Neem een kijkje op de site van Het Stoelenproject


-Heb je basic verzorgingsproducten zoals scheermesjes, tandpasta, deodorant, pleisters etc om te doneren? Breng ze langs bij het gebouw onder de Q-Park. (Er is in principe altijd wel iemand aanwezig om het aan te nemen).


-Ook geld doneren is uiteraard mogelijk. Maak je bijdrage over op

ABN AMRO: NL03 ABNA 054.47.46.007

ING: NL42 INGB 0001.3205.98

Ten name van Stichting Het Stoelenproject, Amsterdam


De namen Sam en Mark zijn om privacyredenen gefingeerd


256 keer bekeken1 reactie